Verhaal van Kees Schepel

Behalve dat het een hele mooie foto is, vind ik het ook een heel bijzondere foto. Mijn moeder is geboren in Nederlands-Indië en is voor een belangrijk deel opgevoed door de baboe, het inheemse kindermeisje. De foto herinnerde me daar sterk aan. Voor veel Nederlandse of gemengde kinderen die in de tropen opgroeiden, was de Indonesische of Surinaamse kindermeid vaak evenzeer, of zelfs meer,  een moederfiguur dan de eigen moeder.

Dat maakt die jeugdherinneringen dubbel: aan de ene kant maakten ze deel uit van de koloniale bovenlaag, aan de andere kant voelden ze zich diep verbonden met het land en de mensen die hen omringden. Dat spanningsveld werkt tot op de dag van vandaag door.

De foto is bovendien gemaakt na de afschaffing van de slavernij, maar toont nog steeds geen gelijkwaardige verhoudingen: de blakende blonde kinderen naast de Afro-Surinaamse vrouw laten dat pijnlijk zien. Het beeld deed me denken aan mijn eigen familie – en zelfs aan mijn vrouw, die na de oorlog is geboren. Zij heeft nog een foto uit 1958 of 1959 waarop ze als kind, met haar donkere huid, bij haar baboe zit.